Haiku

De Tuin van Heden

- Concept omslag:

Haikubundel. In voorbereiding. Planning publicatie 2014. Fragmenten uit de vier hoofdstukken, lente, zomer, herfst en winter.

Alle haiku’s: © Henk Werkhoven.

 

Verschil in lente

 

Een zomer aan huis

De draad van een herfst

Een wintergroen kleed

In schijn en wezen
plooit de wereld zich opnieuw,
tot zijn verbeelding.

 

De rozenperken;
langs het glooiende gazon
staan zij vol in bloei.

Het krakende schip,
van de golven een speelbal
van wild schuimend hout.

Donkere dagen
zijn het, zo vlak voor kerstmis;
het feest van het licht.

De dichter roert zich,
maar zijn pen mist het papier
op één vezel na.

 

De zonneschermen;
door weer en wind getekend.
Kleurloos verleden.
De druiven rijpen,
aan ranken opgebonden,
vol, in de herfstzon.
Een lied weerklinkt zacht,
als een vlaag van verlangen
in de stille nacht.

Vogelgekwetter,
nog voor de schemering wijkt;
het lege glas plakt.

 

Een zomer aan huis.
In de tuin geen strandstoelen.
Zeemeeuwen zwijgen.
De tijd is de lont
van de kaars die hij aansteekt;
brandend verstrijkt het.
Het perron beweegt,
sneeuw onder zijn voetstappen;
de trein vertraagt.

De dageraad slaat
in de bomen vol vogels
de maat van de tijd

 

Het onweer nadert;
langs voortjagende vogels
scheert een bliksemschicht.
De schors van een boom;
door weer en wind getekend.
Ingekerfd verhaal.
Wintermiddag, laat;
tussen de hoge dennen
staat de volle maan.

Een krassend geluid
schrikt de sluipende kat af;
het venster vangt licht.

 

De regendruppels;
zij buigen de bladeren
van een zonnebloem.
Een stille zondag;
bladerend door de herfstdag
zakt de zon al snel.
Hoe de tijd vervliegt;
als een verwelkte kerstster
op oudejaarsdag.

Fris, de ochtendbries.
Na een slapeloze nacht,
het raam wijd open.

 

Dansende muggen
boven de glanzende poel
de nacht is nog jong.
In woorden verbeeld
is de herfst slechts een schaduw
van een goudgeel blad.
Het verlaten park;
op de bevroren vijver
wacht alleen de maan.

Lentegroen gedicht;
van ontluikende zinnen
het hart en de ziel.

 

Van de tuin, het pad,
dat ingesleten slingert
naar een brievenbus.
De winter nadert;
in een zee van neonlicht
baadt de kerstman al.
Knoestige armen
dragen loodzware wolken
vol winterse last.